STOP !!!


    Stop met zoeken naar wat er nooit echt is geweest

Er zijn relaties die je, niet loslaten omdat ze zo sterk zijn, maar omdat ze nooit echt hebben bestaan zoals ik ze nodig had. Dat is misschien wel de meest verwarrende vorm van verlies.

Ik heb lang gedacht dat ik het nog een keer moest uitleggen. Nog één keer duidelijker, rustiger, zorgvuldiger. Dat als ik de juiste woorden zou vinden, hij het eindelijk zou zien. Mij zou zien. Dus schreef ik nóg een brief. Maar wat ik terugkreeg was iets wat ik eigenlijk al kende: relativering, vermijding. Een verschuiving van de focus. En vooral: geen echte reactie op wat ik daadwerkelijk had gezegd. Niet op de inhoud. Niet op de pijn. Niet op de concrete dingen die ik had benoemd.

En ergens wist ik het al, voordat ik hem verstuurde.

Wat ik heb leren zien, is dat ik in die dynamiek steeds dezelfde rol aannam. Ik legde uit. Ik verdedigde. Ik probeerde te verduidelijken. Ik wilde begrepen worden. En zonder dat ik het doorhad, zette dat mij in een positie waarin ik me ging verantwoorden. Alsof ik degene was die iets te bewijzen had. Alsof mijn ervaring pas geldig werd als hij hem kon erkennen.

Maar mijn ervaring is niet afhankelijk van zijn erkenning. Dat heb ik al vaker gehoord, maar begin ik nu pas te voelen.

Er zit iets diep tragisch in een ouder die niet beschikbaar is om je echt te ontmoeten. Een ongrijpbare nabijheid. Ik bleef hopen, want misschien… als ik het anders doe…Maar die “misschien” hield mij vast. En daar zat mijn echte uitdaging. Niet alleen: is contact mogelijk of niet? Maar veel dieper: ben ik loyaal aan mezelf, of loyaal aan mijn vader? Want ergens voelde het als kiezen. Als ik voor mezelf koos, liet ik hem los. Als ik loyaal bleef aan hem, verloor ik mezelf.

En de waarheid is pijnlijk simpel: ik heb jarenlang gekozen. Niet voor mezelf. Ik slikte dingen in. Ik paste me aan. Ik bleef hopen, omdat ik als kind heb geleerd dat dit nodig was om verbonden te blijven. Tot het moment kwam dat het niet meer ging. Dat mijn lijf het uitschreeuwde. Letterlijk.

Rauw, pijnlijk. Alsof alles wat ik jaren had ingehouden er in één keer uit moest. En misschien is dat zo.

Ik zie nu wat het moeilijkste is om te accepteren: hij kan mij niet geven wat ik nodig heb. Niet de erkenning. Niet de verantwoordelijkheid. Niet de emotionele aanwezigheid waar ik altijd naar verlangd heb. En dat ligt niet aan hoe goed of hoe vaak ik het uitleg. Niet aan hoe zorgvuldig ik het formuleer. Niet aan hoeveel moeite ik doe.

Het ligt aan zijn onvermogen.

Dat besef is geen opluchting. Het voelt als rouw. Rouw om wat er niet was. Rouw om wat er nooit zal komen. Rouw om de hoop die ik zo lang heb vastgehouden. En ergens, onder die rouw, ontstaat ook iets anders. Ik hoef niets meer uit te leggen. Niets meer te bewijzen. Niet meer te wachten op een reactie of erkenning die nooit komt. Ik mag stoppen met zoeken naar wat er nooit echt is geweest. En dat betekent niet dat het me niets doet. Het betekent dat ik mezelf niet langer verlaat om iets in stand te houden wat mij pijn blijft doen.

En misschien is dat waar dit uiteindelijk over gaat: niet over hem, maar over mij. Over mezelf niet meer kwijtraken. Niet meer genoegen nemen met te weinig. Ik stop met zoeken naar wat er nooit echt was.

En heel voorzichtig…ga ik door met kiezen voor wat er in mij wél is.

Reacties

Populaire posts