MIJN OPVOED(WAN)PRAKTIJKEN


 


'Onze Westerse kinderen/jongeren zijn niet erg zelfstandig of behulpzaam', ... Tenminste in vergelijking met de nog bestaande culturen verzamelaars-jagers: bijvoorbeeld de Maya in Mexico, de Inuït in Groenland en de Hadzabe in Tazania. Alle drie niet-westerse culturen. 

Ik dacht dat ik een goede ouder was... tot ik dit boek las van Michaeleen Doucleff: "Jagen, Verzamelen, Opvoeden". 

Ook ik blijk (nog) een WEIRDest-people te zijn: Western, Educated, from Industrialized, Rich and Democratic countries. We leveren over het algemeen jongvolwassenen die niet heel zelfstandig zijn, niet assertief genoeg en emotioneel niet even stabiel. Wel angstig en gestresst. En dat komt door de opvoeding! Dat is het statement van Michaeleen. En ik erken wat ze zegt. 

Wat ik dacht te weten over opvoeden, is veelal bedacht in de laatste decennia, maximaal 200 jaar. Nieuwe inzichten, dus ook de beste? Recent schreef ik er al over, dat we onszelf zo makkelijk afhankelijk maken van de meningen van 'zogenaamde deskundigen'. Al voordat onze kinderen geboren zijn, worden we met allerlei (opvoed)boeken bestookt. 'Wat is de beste manier om te bevallen', 'Hoe voed ik mijn kind op', "Hoe ga ik om met..." en bovenal worden we erop gewezen wat vooral NIET te doen. Over het algemeen heerst in de westerse samenleving de alom aanwezige drang om de tijd van onze kinderen te vullen, alles te controleren en veel, vooral véél tegen ze te praten! Waarom heb ik bijvoorbeeld altijd het gevoel dat ik iets 'moet' doen, of moet praten? Ik ben aan het werk, help de kinderen waar nodig met huiswerk, doe de was, kook, haal een stofzuiger door het huis, ... Terwijl ik vaak genoeg voel dat iedere vezel in mijn lijf zich verzet (mij dit ook kan irriteren) en ik een grote behoefte heb aan 'gewoon even (samen) te zijn', alleen of in elkaars gezelschap. Zittend, buiten in de zon, met een kop thee en een boek, of stilletjes in gedachten. 

Waar ik denk vaak mijn 'gezonde (westerse) verstand te gebruiken, is niet juist. Wat ik 'denk te weten' is bedacht door de westerse opvoedexpert in de vorige eeuw. Vaak zijn het ook nog mannen, die de opvoeding van hun kinderen uitbesteedden. Michaeleen schrijft vanuit haar eigen ervaringen, over de vele jaren die zij met haar jonge dochter, doorbracht bij enkele van de oudste samenlevingen en wat dit bracht in de relatie met haar jonge dochter. Ik ben blij dat ik het boek gelezen heb. 

Het laat me ervaren waar ik 'op de goede weg ben' en waar ik 'soms van het pad afdwaal': waar ik meer Hon!o!oko (acacia) kan oefenen, wat 'wacht even' betekent. Door het lezen van het boek valt mij op ... hoeveel wij praten tegen onze kinderen, waarin we commanderen, vragen stellen, bevelen geven, of zelfs wat ze moeten zeggen; "Zeg eens "dank je wel". "Kijk uit voor, ...","Loop niet met je schoenen door de plas", "Hou op met die stok in het rond te zwaaien", "Hou op met mopperen/huilen/boos zijn", .... Om onze kinderen veilig te houden, beperken we hun bewegingsvrijheid: 'Kom van die muur af', 'Niet rennen op de stoep' of spelen in ons zicht, ... Zelfs met vragen als 'Wil je, ... ' of door keuzes voor te houden, controleren we hun eigen keuzes. Dat is een eye-opener, want zo zag ik het voorheen nooit, we betrokken ze toch juist dóór ze een keuze te geven? 

Al deze voorbeelden leiden tot strijd, diftbuien, hard roepen, schreeuwen, ... maar ook tot afhankelijke en behoeftige kinderen die zichzelf moeilijk kunnen vermaken, of een eigen mening hebben, assertief zijn. Wij verzeilen thuis ook (nog) wel eens met de kind(eren) in een boze bui, terwijl ik liever geniet van elkaars gezelschap. Wij zien onze kinderen graag zelfstandig en zelfredzaam, maar ik weet nu ook dat dit niet hetzelfde is als autonoom en behulpzaam. Michaeleen maakt korte metten met enkele westerse aannames aan de hand van drie opvoedkundige principes uit de drie samenlevingen.  

1. Is de voortdurende stroom aan complimenten wel zo goed voor onze kinderen?
2. Waarom dompelen wij onze kinderen onder in een wereld van vermaak en speelgoed?
3. Nemen wij onze kinderen wel serieus?


Jonge kinderen zijn geboren assistenten. Hier helpen de kinderen al vanaf peuter leeftijd mee met (deel)taken die zij aankunnen. Sokken sorteren uit de was, boontjes doppen, een pan pakken, iets op tafel zetten. Jorijn was 2,5 toen hij pizza's maakte in de keuken met papa. Zijn kleine handjes gooiden alle ingrediënten door elkaar, waar papa vier verschillende delen wilde maken. We lieten hem zijn ding doen. De 'gemengde pizza' is nog altijd favoriet hier. Deegrolletjes maken voor de gebakken broodjes, deeg kneden, roeren, dingen snijden, wat begon met een bot mesje. Inmiddels hanteren ze het groter keukengerei. Ze gaan naar de winkel voor een boodschap, ook Tije en Fenn. Nu ik het boek heb gelezen weet ik ook weer waarom ik de waarde van een stam zo belangrijk vind! Dan had ik de kinderen al eerder naar de winkel durven laten gaan, want dan was er een oma of opa, of oppas die op afstand (ongezien) kon volgen, terwijl ze een boodschapje haalden. Het is waar: it takes a village to raise a child - en diep van binnen heb ik nog steeds die behoefte om met meer familieleden samen te wonen en de opvoeding van de kinderen te regelen. Kinderen leren op deze manier acomedido, wat zowel behulpzaam als erkentelijk betekent. Ze zijn een lid van het team. Ieder lid heeft verantwoordelijkheid. Zo benoemen wij het in ons gezin: 'we doen het samen, het is ons gezin en samen is het leuker en gaat het sneller'. Sinds kort maakt Jorijn (12) zelf gerechten klaar voor het avondeten. 


2. Less is more - hier wordt iedere drie maanden het speelgoed gesorteerd. Vaak doe ik dat waar de kinderen niet bij zijn. Speelgoed waar ze niet meer naar om kijken, te groot voor zijn, of wat simpelweg 'te veel' is, krijgt een nieuwe bestemming. De kinderen bepalen mee waar het speelgoed een 2e/3e leven krijgt. Ze leren delen. Soms gaat het naar de BSO, een speelgoedbank, een kringloopwinkel, of naar gezinnen/familie met jongere kinderen. Er zijn drie soorten speelgoed, die (nog) een plek hebben in ons huishouden: LEGO, Playmobil en de houten trein. Deze zijn tijdloos en gaan straks geruisloos mee naar de volgende generatie. De houten trein krijgt ook komende maand een vaste plek achter het schot in een grote curverbak. Wel hebben we een groot aantal mooie bordspellen, inclusief uitbreidingen: Catan, Everdell, Escape puzzels, het Verboden eiland, De legenden van Andor, Dungeons and Dragons... Al vanaf jonge leeftijd spelen de kinderen met ons mee, samen. We doen alleen nog spellen die wij ook zonder de kinderen zouden spelen, maar dan mét de kinderen. 

3. Deze heeft niet zo zeer met de kinderen te maken - des te meer met onszelf als ouders. Dat is het leren beheersen van onze eigen emoties. Dat blijkt toch wel de meest uitdagende te zijn. Jong geleerd, ... Niet om emoties te bedwingen, maar ze simpel weg om ze niet te uiten. Dus, niet boos worden. Jonge kinderen zijn emotioneel nog onvolwassen (terwijl wij veel volwassen emoties verwachten van ze: niet huilen, stop met boos zijn, deel met je broertje, ...). Kortom: behandel je kind als emotioneel onvolwassen en wees zelf volwassen! Kinderen 'testen geen grenzen', kinderen willen aandacht, ze willen contact en communiceren. Zoals ze ook recht hebben op hun eigen invulling van de dag, wanneer niet op school. Kinderen worden niet begeleid, ze worden gezien, doordat er oudere kinderen bij zijn. Zo kunnen ze veilig buiten spelen. De onvolwassen kinderen voelen zich niet onzichtbaar, maar gezien en worden zelfverzekerde kinderen. 

Het boek sterkt mij in elk geval in mijn stappen op de weg naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid van mijn drie jonge tieners. De oudste die over een half jaar 15 km heen en terug fietst naar de middelbare school en zijn broertjes van 10, die ook alleen naar school fietsen. De komende zes maanden nog onder het toeziend oog van de 'ervaren oudere kinderen' of de stam waarvan we deel uitmaken. 


Dankzij Michaeleen zie ik dat de weg naar acomedida breder is dan hoe wij hem tot nu bewandelen. Het is ook niet makkelijk om je kinderen los te laten, maar wel wat zij nodig hebben, om te komen tot acomedida. Ik kom erachter dat ook ik nog te veel 'praat'. Ik ga meer oefenen met 'wacht even': Hon!o!oko. Volwassen zijn en niet boos worden - valt er een beker, dan negeer ik het. Ik laat hen het zelf oplossen. Treuzelen met het ochtendritueel? Ik geef een instructie en wacht dan een tijdje voor ik de instructie (zonder emotie) herhaal. Hon!o!oko. Is één van de kinderen boos, dan neem ik zelf afstand, negeer, of zet in op 'afleiding' - de dingen die Michaeleen noemt 'ontzag hebben en dankbaarheid', een spelletje, of een aanraking.  

Kortom meer opvoeden zonder strijd, want dat is het niet. 

Reacties

Populaire posts