OPVOEDINGSKRAMP

 


Ik werd zo’n moeder, …

… vanaf het moment dat onze oudste zoon in het reguliere onderwijs begon vast te lopen. Hij is inmiddels 12 en hij was 7 toen wij zagen dat hij in groep 4 tegen (steeds grotere) uitdagingen aanliep met lezen en schrijven (spellen) en later naar de andere vakken, naar gelang er meer ‘tekst’ aan te pas kwam. In het geheel geen ‘luie of domme jongen’. Feilloos kon hij regeltjes en afspraken binnen de taal opdreunen. Toepassen was echter een heel ander verhaal. Hij verzoop in alle keuzes die hij had, want curry of nauwkeurig, hij hoort in beide gevallen een ‘uh’.  Zo zijn er natuurlijk tal van woorden waarbij dit zo is. Denk aan de g/ch, de d/t, de ou/au, de ei/ij, … Je kunt het niet horen en er zijn geen vaste afspraken toe te passen op deze woorden. Hier moeten we het hebben van woordbeelden. In de taal noemt men dit ‘weetwoorden’, de term verklaart zichzelf.

Vanuit de ‘overtuiging’ dat de leerkracht(en), IB en RT, toch zouden weten hoe hem te ondersteunen, gingen we thuis uit de slag: herhalen, herhalen, herhalen, … Meer van hetzelfde, dan zou ‘het kwartje zeker vallen’. Het kwartje viel niet. In mijn achterhoofd ging een alarmbel af en die bleef aanhoudend rinkelen, … Wat maakte ons ‘zo afhankelijk van het aanbod en de opgelegde werkwijze van deze leerkrachten en specialisten’? Zeker in de beginperiode gingen we mee in ‘wat school aandroeg’. Hele stencilpakketten met woordrijen, geprinte AVI-verhalen, de één nog vreselijker dan de ander, … De verhalen spraken totaal niet tot de verbeelding. Waarom ik hierin meeging, kan ik nog altijd niet goed beantwoorden voor mezelf, maar het schaadde het welzijn en het zelfvertrouwen van onze zoon. Wat maakte dat ik dacht dat hij deze aanpak nodig had, om ‘wat dan ook te kunnen’? Het moment dat halverwege groep 4, de papieren door de kamer vlogen en hij met een rood gezicht van het schreeuwen, riep: ‘IK GA DIT NOOIT KUNNEN’, kwam het besef…

Dit moet anders! Er zijn sinds dat moment, de afgelopen 5 jaren, veel dingen veranderd in mijn idee over ‘onderwijs’ en ‘opvoeden’. Waarom heet het onderwijs en niet ‘bovenwijs’? Ik ben anders gaan kijken naar mijn kinderen en naar wat zij écht nodig hebben, om te kunnen groeien vanuit hun talenten. Door te kijken naar hun sterktes en deze in te zetten. Door te leren van mijn kinderen, ze te observeren in hoe ze werken, spelen, problemen oplossen, … Door hen serieus te nemen. Ik besloot te leren uit mijn relatie met mijn kinderen, ze te vertrouwen en mij niet langer te verlaten op de zogenaamde ‘specialisten’. Hun leervermogen wilde ik niet meer missen, dit kwam in een stroomversnelling toen ik ze thuis had van school in de coronaperiode. Ik besloot daar dat ik ze niet langer ‘wilde vormen, naar een door anderen gestelde norm’. We leggen ze al veel te veel langs gestandaardiseerde meetlatten. Kiezen voor mijn kinderen is wat ik wil en sinds dat moment doe.

Later realiseerde ik mij dat ik deze stap al eerder gezet had, maar minder bewust. Terugdenkend aan mijn zwangerschap, realiseer ik me dat daar al een schoen wrong, … Ladingen zwangerschapsliteratuur en boeken over ‘gezond zwanger’ en ‘veilig bevallen’. Wakkerde dit de onzekerheid aan, dan waren er daarna de ‘deskundigen’ (verloskundige, gynaecoloog, e.a.) om me terug te leiden naar ‘zekerheid’, … Prenatale oefeningen, pufcursus, prenatale testen (die ik allen heb geweigerd), overigens niet zonder ‘slag of stoot’. Thuis bevallen, helaas ging dat niet. Jorijn had in het vruchtwater gepoept en bij een ‘tweeling mág het niet’. Wat had ik dat graag anders gezien, maar ik liet me leiden door ‘de deskundigen’. Zeker bij de eerste vond ik het erg moeilijk om dicht bij mezelf te blijven. Weigeren van postnatale testen, borstvoeding, samen slapen, het al dan niet beantwoorden van gehuil, … De noodzaak die ik voelde onder deskundigheid ‘om borstvoeding te geven’, heeft me in de eerste maanden uitgeput. De weg naar het consultatiebureau, maakt dat we nog vaker ‘buiten de lijntjes kleurden’. Heel bewust hebben wij gekozen voor non-vaccinatie voor onze kinderen. Deze en latere keuzes, hebben bijgedragen aan het versterken van mijn contact met de kinderen. Te willen en durven vertrouwen op hun weg.

Boeken te over, die ons voorbereiden op het ouderschap, .. ‘zijn we er wel klaar voor’, boeken die ons zeggen wat we zeker moeten doen en vooral wat we moeten laten. Wat maakt dat wij dit nodig hebben? Dat ik mijn eigen ‘innerlijk kompas’ wantrouwde en wegvluchtte in raadgevingen van allerhande ‘specialisten en deskundigen’? Ik werd daarbij ook gedreven door iets in mijzelf, zoals later bij de ‘adviezen in de aanpak van de leesproblemen van onze zoon’… Ergens binnen in mij zat een ‘vraag’, die overeenkwam met hun aanbod. Waar deze behoefte aan handleiding en sturing vandaan komt, blijft tot dit moment onvolledig beantwoord.

Wat misschien meespeelt is mijn angst als nieuwbakken moeder voor een ongunstige of geen ontwikkeling bij mijn kind, als ik niet de adviezen van de ‘deskundigen’ volg. Mijn pasgeboren zoon had twee dingen nodig: begrip en vertrouwen. Begrip voor zijn kwetsbare afhankelijkheid bij de geboorte, die zorgde voor een betrokken aanwezigheid van mij en zijn papa. En vertrouwen in zijn eigen(wijze) ontwikkeling en in 2013 die van zijn tweelingbroertjes. Deze laatsten hebben een consultatiebureau maar enkele keren van binnen gezien de eerste 6 weken. Dit was om ze te kunnen wegen en het was meteen een fijne wandeling buiten. Daarna zijn ze er nooit meer geweest.

Ik probeer zoveel mogelijk met mijn kinderen om te gaan als met ieder ander. In vertrouwen en in respect. Inderdaad zoals ik met mijn vrienden omga of met andere ouders op het schoolplein, of met familie. Lukt dat iedere keer? Nee nóg niet, omdat ik het soms lastig vind de grens van vertrouwen en veiligheid te bewandelen. Wat kunnen ze aan, wat nóg niet? Vandaag ging Tije (9) voor het eerst met Jorijn (12) mee op de fiets naar de winkel om een boodschap te doen samen. Ik vond dat erg spannend en besloot naar Tije te kijken … Aan de ene kant wil ik hem het vertrouwen geven en aan de andere kant is er de ‘neiging te waarschuwen’. ‘Kijk goed uit, wees voorzichtig, wat doe je bij het oversteken’, …. Jorijn fietst sinds hij 10 is alleen naar school en naar huis. Voor onze tweeling is dit ook bijna zover. Een ander gek voorbeeld misschien is het aantrekken van sokken, … Zo stom! Ineens ben ik ermee gestopt, om ze te vragen ‘sokken aan te doen, anders krijg je koude voeten’. Waarom zouden zij niet in staat zij om dit zelf te kunnen bepalen? Dat geldt ook voor een jas buiten, … Het is hún keuze. Ik spreek mijn vrienden of familie er ook niet op aan als ze zonder jas buiten gaan staan. Sinds de kinderen zichzelf aankleden (ze waren denk ik bijna 2) kiezen ze hun eigen kleding. Nog nooit hebben we er strijd over gehad thuis. Twee verschillende sokken? Prima! Hier is het eten ook nooit een ‘ding’. Ze eten alles mee wat er op tafel komt, nog nooit apart gekookt voor ze. Vol? Dan ruim je af. Waarom moeten zij hun bord leegeten, als wij ook stoppen als we vol zijn. Gek idee toch als ik mijn vrienden aan tafel ‘dwing’ hun groenten te eten, omdat ik weet dat ze goed voor ze zijn. Daar ligt al de basis van het innerlijke kompas van onze zoons.



Bij aanvang van mijn reis als moeder ‘dacht ik dat mijn baby onvoltooid was’. Dat ze een kleine versie zijn van ons, maar ‘nog niet af’. Hoe onbenullig was deze gedachte destijds en hoe anders beleef ik dit nu. Veel adviezen moedigden ons als aankomende ouders aan juist ‘afstand te nemen van ons kind’. Een kinderwagen, een box, een eigen kamertje, met eigen bedje, een fopspeen, een opvangouder, later de peuterspeelzaal, de kleuterschool, … Neem je daar afstand van dan zijn er meteen instanties en instellingen die een ‘tik op je vingers geven’ en je vertellen hoe ‘onverantwoord’ het is. Het gevoel dingen te hebben gedaan omdat ‘het zo hoorde’, die ik nu heel anders zou doen. Kinderen mógen met 4 jaar naar school, onze jongens gingen ook vanaf 4 jaar naar school. Niet omdat ik ze niet graag thuis had, maar ‘zo hoort dat, vanaf 4 gaan ze naar school’. In de pas lopen, … “hoe eerder ze naar school gaan, hoe beter ze aarden op school”.

School, … een woord waar ik inmiddels ook 180 graden om ben als het aankomt op kinderen. Het heeft weinig woorden nodig dat ‘de school’ ervan overtuigd is dat ‘kinderen zonder haar interventie en dwang niet(s) zouden leren’. ‘Het kind weet niets en is afhankelijk van de leerkracht’. Allemaal voor hun eigen bestwil… Daarbij doen we meer dan ooit een beroep op deskundige adviezen:
logopedie / dyslexie / de psycholoog / de arts, een coach, … of medicatie

“Het belang van het kind”, “De rechten van het kind”, … zomaar wat kreten. Recht daar tegenover staan: ‘leerplicht’, controle over inkomsten en uitgaven, hun bezigheden en relaties, … Maar wat ‘wil mijn kind’? Ik hoop dat onze jongens kunnen inschatten dat de relatie met ons écht en betrouwbaar is, opdat zij het vertrouwen behouden dat nodig is om de wereld verder te verkennen. Ik gun mijzelf het vertrouwen, dat zij weten wat goed voor ze is. Hun eerste levensjaren maakten ze namelijk een ongelofelijke groei door! Ze richtten zich op, draaiden zich om, trokken zich op, gingen staan, stappen, lopen, rennen, klimmen, zwemmen, ze leerden een volledig nieuwe taal, …

Taal, …. Op school vertellen ze mijn kind dat hij ‘geen taal kan leren, zonder eerst de basis te leren (‘ah’- ‘eh’- ‘uh’- ‘oh’). Toch heeft dit gebrek aan basis, mijn kinderen niet belet hun moedertaal te leren. En er wachten miljoenen mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen. Het enige dat zij écht nodig hebben om ‘rechtop te lopen’, is een omgeving waarin rechtop gelopen wordt.

De omgeving is heel bepalend. Inmiddels kijk ik anders naar deskundigen en specialisten met hun onderzoeken. Veel onderzoeken blijken namelijk gestuurd door externe belangen, cijfers, budget, …. Zo liet ik mij kortgeleden vertellen dat bij het plaatsen van een beugel ook de logopedist wordt aangehaakt, … Een zelfvoorzienend systeem. Ik stap binnenkort (nog wat vaker dan nu), rond in een andere ‘wereld’. Een wereld waarvan ik weet, dat jij er wellicht ook één thuis hebt. Een wereld zonder witte jassen, maar levendig! Een wereld waarin geen mogelijkheid wordt uitgesloten, waar oog is voor detail. Waar alle zintuigen worden benut, waar ze graag hun vorderingen en verwondering delen met anderen…

                                                       De Wereld van het Jonge Kind!


Hier gaan elke ochtend opnieuw de speelgoedbakken open: houten blokken, treinspoor, Lego, Playmobil, tekenspullen, schrijfpapier, buitenspelen met stokken en zelfgemaakte zwaarden … Overal kunnen ze spelen, overal vind ik kleine verrassingen als ze ’s avonds op één oor liggen. Dit is ook hun huis, dus speelgoed en spelen gebeurt niet enkel op hun kamers, zoals dit vroeger bij ons thuis wel zo was. Hier stallen we ‘Trotse Werken’ uit of hangen ze aan de ‘Kunst en fotomuur’. Bij een wissel komen de bewaarde stukken in een eigen map, om later mee te krijgen.

Kleine(re) schatten nu, later van grootse waarde!




Reacties

Populaire posts