DAG, MAM
Hallo mam,
daar zitten we dan, ... 7 april, 14:00 uur. Een fysiek afscheid van jou, mijn moeder. Negen jaar en we hebben nooit meer een woord gesproken, noch elkaar gezien. Dat is spijtig, dat dit nooit meer mogelijk is gebleken.
Je bent mijn moeder, ... en toch wat ik verwachtte te voelen, voel ik niet. Ik kijk naar de foto's van ons samen. Ik ben nog zo klein, nog geen jaar. Dan zie ik een schijnbaar gelukkige moeder en vrouw. Iemand die blij is met haar dochter, ... Toch voel ik het niet en is het een gevoel die ik altijd heb gemist. Waar ik lang gepoogd heb, het alsnog te mogen ontvangen, ons contact veranderde niet. Ergens langs de weg zijn wij vergeten elkaar te verstaan. We hebben ons nooit kunnen verbinden en ik kan niet helpen te vragen, wat daaraan ten grondslag lag. Wat veranderde er toen ik ouder werd, leerde praten, ...
Het waren altijd al vragen, die onbeantwoord bleven en nu weet ik zeker dat dit ook nooit meer gebeurt. Toch heb ik vaker het gevoel gehad dat je soms probeerde je 'eigen' te delen. Zoals met je briefje, waarin je vanuit het niets laat weten "hoe anders je mij ervaart dan jezelf". Hoe je "nooit zou willen dat ik anders zou worden". Ik kijk naar de foto's die niet voelen als een dierbare herinnering, eerder als een oprecht verlies, omdat ik zo graag écht dat gevoel had gekend.
Ik ben boos, dat je me al die jaren zo op afstand hebt gezet, me afwees met je afkeuringen, je onbegrip en harde woorden. Hoe jij nooit terugkwam op die momenten. Je vond dat 'sorry' nooit hoefde. Al deed je het enkel maar om de band, ... Ook voel ik boosheid over het voldongen feit dat je dit ook nooit meer gaat doen. Dat maakt een einde aan mijn hoop en dat van mijn innerlijk kind, dat daar altijd nog naar heeft verlangd. Ik probeer mij te verbinden met wat je schreef, in mijn babyalbums en mijn poëzie. Of de 'zomaar' briefjes of onderstreepte stukjes in een artikel. Kattenbelletjes, over hoe jij jezelf zag, hoe je mij zag, ... Soms, sporadisch, ... Je zult ongetwijfeld van mij gehouden hebben, op jouw manier. Zo heb ik het alleen nooit gevoeld. Dat je dat nu nooit meer zult zeggen, verwijt ik je. Je letterlijke afwezigheid in mijn leven en in dat van mijn kinderen. Dat je nooit gepoogd hebt, zélf een stap voorwaarts te zetten. Dat vond jij altijd de taak van de ander: 'jij zat fout'.
Heb je ooit je eigen aandeel gezien en aangekeken? Heb je geprobeerd iets van een stap vooruit te zetten? Zo zou ik het graag zien, maar diep van binnen ken ik ook het antwoord.
daar zitten we dan, ... 7 april, 14:00 uur. Een fysiek afscheid van jou, mijn moeder. Negen jaar en we hebben nooit meer een woord gesproken, noch elkaar gezien. Dat is spijtig, dat dit nooit meer mogelijk is gebleken.
Je bent mijn moeder, ... en toch wat ik verwachtte te voelen, voel ik niet. Ik kijk naar de foto's van ons samen. Ik ben nog zo klein, nog geen jaar. Dan zie ik een schijnbaar gelukkige moeder en vrouw. Iemand die blij is met haar dochter, ... Toch voel ik het niet en is het een gevoel die ik altijd heb gemist. Waar ik lang gepoogd heb, het alsnog te mogen ontvangen, ons contact veranderde niet. Ergens langs de weg zijn wij vergeten elkaar te verstaan. We hebben ons nooit kunnen verbinden en ik kan niet helpen te vragen, wat daaraan ten grondslag lag. Wat veranderde er toen ik ouder werd, leerde praten, ...
Het waren altijd al vragen, die onbeantwoord bleven en nu weet ik zeker dat dit ook nooit meer gebeurt. Toch heb ik vaker het gevoel gehad dat je soms probeerde je 'eigen' te delen. Zoals met je briefje, waarin je vanuit het niets laat weten "hoe anders je mij ervaart dan jezelf". Hoe je "nooit zou willen dat ik anders zou worden". Ik kijk naar de foto's die niet voelen als een dierbare herinnering, eerder als een oprecht verlies, omdat ik zo graag écht dat gevoel had gekend.
Ik ben boos, dat je me al die jaren zo op afstand hebt gezet, me afwees met je afkeuringen, je onbegrip en harde woorden. Hoe jij nooit terugkwam op die momenten. Je vond dat 'sorry' nooit hoefde. Al deed je het enkel maar om de band, ... Ook voel ik boosheid over het voldongen feit dat je dit ook nooit meer gaat doen. Dat maakt een einde aan mijn hoop en dat van mijn innerlijk kind, dat daar altijd nog naar heeft verlangd. Ik probeer mij te verbinden met wat je schreef, in mijn babyalbums en mijn poëzie. Of de 'zomaar' briefjes of onderstreepte stukjes in een artikel. Kattenbelletjes, over hoe jij jezelf zag, hoe je mij zag, ... Soms, sporadisch, ... Je zult ongetwijfeld van mij gehouden hebben, op jouw manier. Zo heb ik het alleen nooit gevoeld. Dat je dat nu nooit meer zult zeggen, verwijt ik je. Je letterlijke afwezigheid in mijn leven en in dat van mijn kinderen. Dat je nooit gepoogd hebt, zélf een stap voorwaarts te zetten. Dat vond jij altijd de taak van de ander: 'jij zat fout'.
Heb je ooit je eigen aandeel gezien en aangekeken? Heb je geprobeerd iets van een stap vooruit te zetten? Zo zou ik het graag zien, maar diep van binnen ken ik ook het antwoord.
De foto's zijn een bewijs, een herinnering, dat je het ooit wel zo gevoeld hebt. Daar troost ik me dan mee. Van de jaren na 1984 zijn geen tot een enkele foto van ons en dat vind ik jammer. Waarom zijn die er niet? Op een enkeling van ons huwelijk na. Van de laatste negen jaar heb ik geen enkel beeld, aan hoe je bent geworden. Was je zachter, milder door de tijd, doordat het lichamelijk moeizaam ging? Liever gezond van lijf en leden. Ik gunde je de ziekte niet. Helaas was jou dat niet gegund. Ik ben opgelucht dat ik mijn innerlijke band vorig jaar heb hersteld. Je bent mijn moeder en daar ben ik dankbaar voor en zal altijd zijn. Naar ik hoop heeft jou dat ook iets gebracht.
Maar VERDOMME, waar verdiende ik je oordelen en je afwijzing aan?! ... "nooit vergeten we wie jij was en wat jij ooit zei", .. De laatste woorden in je rouwadvertentie. Het klopt mam, al die dingen die je zei, en wat maakte hoe je daarmee in mijn ogen was, ... Ik kan ze vergeven, maar mam, vergeten kan ik ze nooit. Je hebt me beschadigd, mijn zelfbeeld, mijn vertrouwen. Wat je ooit 'zo mooi vond aan mij', heb je kapotgemaakt. Nog altijd ben ik aan het helen. Het is jammer dat het nooit gelukt is om mij te verstaan.
Gelukkig heb ik geen beeld van hoe je er nu uitzag. Ik herinner het me liever zoals het negen jaar geleden was. Hoewel, ... je vaak ontevreden blik, achter de meekleurende glazen van je bril, de op een geknepen lippen, je armen over elkaar - gesloten. Ik kan mij oprecht niet herinneren, dat wij ooit echt gelachen hebben samen, jij wel? Voorlopig voel ik me nog even boos, ik hoop dat je dat begrijpt. Boos omdat je er tussenuit bent geknepen en mij inderdaad onbeantwoord en onbevredigd achterlaat.
Genoeg wat ik ooit misschien (nog) had willen weten, .. blijft onbeantwoord. Wie was jij? Wie was jij nou echt? Waar is al die woede ooit vandaan gekomen ... je afstand tot dierbaren. Niet enkel tot mij, maar ook tot je eigen familie. Waar kwamen alle (voor)oordelen vandaan. Hoezo deelde je deze met mij, een kind? Jouw kind! Daarin heb je zoveel van mij gevormd... En erger nog, het maakte je afwezig als mijn moeder. Ik probeer troost te halen uit de foto's die er zijn, waarin je gelukkig oogt, als moeder van mij, ... We zitten samen in een treintje, een vakantie denk ik met opa en oma. In Borger? Samen pianospelen en een boekje lezen aan de tafel, of spelen met hondje, op de bank.
Maar VERDOMME, waar verdiende ik je oordelen en je afwijzing aan?! ... "nooit vergeten we wie jij was en wat jij ooit zei", .. De laatste woorden in je rouwadvertentie. Het klopt mam, al die dingen die je zei, en wat maakte hoe je daarmee in mijn ogen was, ... Ik kan ze vergeven, maar mam, vergeten kan ik ze nooit. Je hebt me beschadigd, mijn zelfbeeld, mijn vertrouwen. Wat je ooit 'zo mooi vond aan mij', heb je kapotgemaakt. Nog altijd ben ik aan het helen. Het is jammer dat het nooit gelukt is om mij te verstaan.
Gelukkig heb ik geen beeld van hoe je er nu uitzag. Ik herinner het me liever zoals het negen jaar geleden was. Hoewel, ... je vaak ontevreden blik, achter de meekleurende glazen van je bril, de op een geknepen lippen, je armen over elkaar - gesloten. Ik kan mij oprecht niet herinneren, dat wij ooit echt gelachen hebben samen, jij wel? Voorlopig voel ik me nog even boos, ik hoop dat je dat begrijpt. Boos omdat je er tussenuit bent geknepen en mij inderdaad onbeantwoord en onbevredigd achterlaat.
Genoeg wat ik ooit misschien (nog) had willen weten, .. blijft onbeantwoord. Wie was jij? Wie was jij nou echt? Waar is al die woede ooit vandaan gekomen ... je afstand tot dierbaren. Niet enkel tot mij, maar ook tot je eigen familie. Waar kwamen alle (voor)oordelen vandaan. Hoezo deelde je deze met mij, een kind? Jouw kind! Daarin heb je zoveel van mij gevormd... En erger nog, het maakte je afwezig als mijn moeder. Ik probeer troost te halen uit de foto's die er zijn, waarin je gelukkig oogt, als moeder van mij, ... We zitten samen in een treintje, een vakantie denk ik met opa en oma. In Borger? Samen pianospelen en een boekje lezen aan de tafel, of spelen met hondje, op de bank.
Ik heb gerouwd de afgelopen jaren, over alles wat er niet heeft mogen zijn. Afscheid van hoe ik je als moeder graag had gezien, lag reeds achter mij. Nu niet fysiek afscheid nemen, was geen keuze. Dus doe ik het hier, thuis, op mijn manier. Op het tafeltje van oma staan enkele foto's van ons samen. Twee hertjes, zoals je ze op mijn geboorteschilderij borduurde, jouw woorden over 'zo mooi anders' en kaarsen. Ik hoop dat je rust vindt in de breedste zin van het woord. Dat je oma en opa treft en dat je kunt zijn, wie je altijd al wilde zijn. Zo zal ik het hier doen, als dochter en nog meer als moeder voor mijn kinderen.
Dag mam, tot ziens. Ik hou van je,
je dochter
Dag mam, tot ziens. Ik hou van je,
je dochter





Pfff wauw, daar word je stil van. Sterkte
BeantwoordenVerwijderen