NIET ROUWIG
Wanneer een dierbare overlijdt, is de verwachting van de omgeving dat je verdrietig bent. Zeker wanneer de dierbare een familielid is. Op 2 april overleed mijn moeder. Verdriet voel ik (nog) niet, ik ben (nog) niet rouwig. Nu ze er fysiek niet meer is, voel ik berusting en misschien ook opluchting.
Ondankbaar
Ik herinner me een interview van enkele jaren geleden, waarin Beau van Erven Dorens in gesprek was met Jeroen Pauw, over de dood van zijn moeder. Jeroen vertelde blij te zijn, na het heen gaan van zijn moeder. "Spreken over de slechte band met je ouders is een traditioneel taboe, het is niet discreet." Mijn ouders en de mensen in hun omgeving hebben grote invloed gehad op de (schuld)gevoelens, die ik zeker de eerste vijf jaren als een zware last heb meegedragen. 'Wat doe jij je ouders aan. Het zijn jouw liefhebbende ouders, die je op de wereld hebben gezet en grootgebracht'. 'Je neemt hen hun kleinkinderen af'. 'Maar het zijn en blijven je ouders'. 'Wat egoïstisch en gemakzuchtig'. Bovenal 'ondankbaar'. 'Breken met je ouders, dat doe je niet!'Ondanks deze (voor)oordelen en de eenzaamheid, deed ik het wel. Dat vergde moed en kracht. Ik besloot dit niet 'zomaar'. Een leven lang (ik was toen 34) heb ik geprobeerd 'het juiste' te doen. Geprobeerd hen tevreden te stellen, trots. Ik voelde mij betrokken en verantwoordelijk voor alles en iedereen. Bedenk je voordat je een oordeel velt, omdat jij dit onbegrijpelijk vindt, jij dit waarschijnlijk niet begrijpt omdat je uit een liefdevol, functioneel gezin komt.
Mijn moeder had heel precieze en overtuigende ideeën over wat 'goed' en 'fout' was. Negen van de tien keer ging dit over familieleden, mijn vriendinnen, ... Ze maakte mij deelgenoot van haar mening, haar afkeur en haar kritiek, die enorme invloed hadden op het beeld dat ik had van mijn familie en over mijzelf. Als ook hoe ik in contact stond met hen. Door de ogen van mijn vader voelde ik mij 'nooit genoeg'. Keuzes maken vond ik enorm lastig, want 'wat vindt de ander ervan?' Ik had onvoldoende zicht op mijn behoeftes en ervoer grote faalangst. Deze laatste zorgde ervoor dat ik dingen daadwerkelijk uit de weg ging. Nog af en toe loop ik daar tegenaan. Mijn keuzes leken nooit goed te passen in wat mijn vader voor ogen had: een studie in Leeuwarden ('waarom daar en niet in Groningen'), wonen in Groningen en later Lelystad ('waarom niet hier') ... Ik heb, negen jaar na het uit contact treden, nog last van 'het kijken door de ogen van', het gevoel te 'moeten' voldoen aan de verwachting van de ander.
Overleven
Het is letterlijk 'tegennatuurlijk', breken met je ouders. Als kind waren we dood gegaan zonder. We waren afhankelijk en zij van levensbelang. Loyaal zijn was noodzakelijk. Met en in de liefde van onze ouders kunnen wij kinderen opgroeien, in de wetenschap dat we geliefd zijn en geaccepteerd zoals we zijn. Ik heb in mijn opgroeien een andere boodschap meegekregen. Een boodschap die mij o.a. leerde dat familie en vrienden 'niet te vertrouwen zijn'. Dat zijn mensen die niet écht om je geven, enkel een eigenbelang kennen. Dat familie 'slecht' praat over je en achter je rug. Ik leerde ook dat ik niet kon vertrouwen op mijn eigen keuzes. Mijn ouders wisten altijd beter wat 'goed' voor mij was, of wat ik nodig had. Wat blijft er over, als je behoeftes worden weggewuifd, niet gehoord of zelfs als 'onzin' worden weg gezet. Als je moeder zegt, dat zij 'nooit de behoefte heeft gehad of gevoeld, om sorry te hoeven zeggen'. Mijn vader kan zich niets voorstellen bij (wat hij noemt) 'het gegeven dat ik mijzelf zover verwijderd heb van mijn moeder'. Kijkt hij in de juiste richting?, ....
Niet horen, niet zien, wel zwijgen
Opgroeien betekende voor mij, het gevoel dat mijn keuzes en gevoelens er niet echt toe deden. Deze werden genegeerd. Het leek er niet toe te doen, voor mijn behoefte leek geen ruimte. Ik paste me aan, voegde mij naar de ideeën en wensen van mijn ouders. Dat ik ook iemand mag zijn met behoeften, met grenzen, een eigen stem, leerde ik pas jaren later. Tot dat moment had ik weinig tot geen eigen waarde. Daarbij leerde ik al vroeg 'de vuile was niet buiten te hangen'. Dat ik ooit een flinke tik op mijn kont kreeg van mijn vader en dit aan mijn oma vertelde, heeft mijn moeder me verweten tot de dag dat ze stierf: 'een leugen'. Al voor mijn 18e was ik uit huis. Weg van de moeilijke relatie(s), maar met twee benen in een nog moeilijkere, fysieke relatie. Door het gebrek aan eigen waarde, duurde deze te lang - ik durfde niet weggaan. Een ongeluk op 5 mei 2003, maakte daar een einde aan. Op veel manieren was het mijn 'Bevrijdingsdag'. Ik was toen 24. Wat er zich heeft afgespeeld in die relatie, konden mijn ouders maar moeilijk begrijpen. Dat was toch niet hoe 'zij hem kenden'. 'De man die in de keuken bij haar koffie dronk, wanneer ik naar 'school' was', behulpzaam en betrokken. 'Die om hulp kwam vragen of met het 'elektrische schaap', het gras kwam maaien'. 'En als dat dan al zo was, waarom ik daar nooit wat over had gezegd'... Er was geen ruimte en geen begrip, ik bleef met het gevoel achter, dat mijn verhaal voor hen niet klopte. Nadat ik in 2007 met Mark naar Lelystad was verhuisd, klapte alles als een kaartenhuis in elkaar. De rugzak was veel te zwaar en ik zakte door mijn knieën. Ik kon niet verder vooruit, zonder eerst de rugzak te legen. Daar begon het helen, het vinden van mijn stem, het bepalen van mijn grenzen ... Na een half jaar bij mijn vriendin en haar gezin te hebben gewoond, kreeg ik mijn eigen appartement in hartje Groningen. Het betekende letterlijk 'op eigen benen staan', wat ik tot dat moment nooit had geleerd of er op vertrouwde dat ik dat zou kunnen.
Innerlijk kind
Mijn moeders dood is voor mij een afsluiting van die ervaringen. Haar afwijzingen en opmerkingen hebben er in de jaren flink ingehakt. Dat heeft wat gedaan met mijn zelfbeeld. Ik werd er heel onzeker van. Nu, begrijp ik beter dat dit probleem vooral bij haar zelf lag.
Spijt
Toen ik vernam dat het met mijn moeder slecht ging de afgelopen jaren, kreeg ik van veel mensen het 'advies' om langs te gaan, zaken uit te spreken. Ik 'zou spijt krijgen' als ik dat niet zou doen. Ik laat mij niet meer kwetsen. Vorig jaar heb ik mijn brief geschreven om de innerlijke band opnieuw aan te gaan en het is een opluchting dat mijn moeder in die wetenschap is overleden. Nu ze is heen gegaan delen mensen nogmaals hun advies 'naar de uitvaart te gaan'. "Je gaat toch wel afscheid nemen", "Het is je moeder". Ze begrijpen het niet als ik zeg dat ik niet ga. Ik heb er niets aan. Het voegt niets toe. Dat moment was 'bij leven' en die heb ik vorig jaar benut. Afscheid gaat voor mij ook om een band en deze heb ik met mijn moeder niet gehad. Niet zoals ik dat graag had gezien. Afscheid nemen voor de crematie had ik wellicht een mogelijkheid toe gehad. Dat is helaas niet gebeurd.Een afsluiting, ... Morgen (7 april) sta ik daarbij stil op mijn manier, dan verlaat ook haar fysieke lichaam, deze aarde.






Reacties
Een reactie posten